|
||||||||
|
Ik blijf het een beetje merkwaardig vinden dat we in dit landje nauwelijks gehoord hebben van deze muzikante uit ons zuidelijk buurland: in de wereld van de hedendaagse klassieke muziek is ze wereldwijd een begrip en ze is met deze “Impressions” aan haar twaalfde plaat toe. Afkomstig uit Versailles, opgeleid aan Berklee en tegenwoordig met Chicago als uitvalsbasis, is deze harpiste misschien een buitenbeentje, maar dan wel eentje waar in zowat de hele wereld naar geluisterd wordt. Nu, ze is ook goed omgeven: ik denk dat er ten huize Olivier muziek uit de kraan komt in plaats van water: op deze nieuwe plaat wordt Olivier omringd door een strijkerskwartet naast piano, accordeon, percussie en elektronica en het is John Coltrane’s gelijknamige compositie uit de vroege jaren ‘60, die de plaat haar titel leende en ze ook afsluit Olivier nam er haar tijd voor: ruim drie jaar stond de plaat in de steigers en evolueerde ze tot wat ze uiteindelijk werd: ze maakte zich het stuk, dat ze altijd al bewonderd had, helemaal eigen en ging er mee aan de slag. Haar Harp blijft uiteraard de hoofdrol spelen in de, maar gaandeweg werden de composities en arrangementen -ook Ravel’s “”Forlane” krijgt een bewerking mee- verbreed en werd er ook ruimte gecreëerd voor improvisatie, wat natuurlijk niet helemaal vreemd is, als je een jazz-klassieker als uitgangspunt neemt. Deze plaat beluisteren is allesbehalve een lastig karwei: Isabelle Olivier heeft een heel sterk ontwikkeld gevoel voor toegankelijke melodieën -ze nam eerder ook al het werk van Ella Fitzgerald onder handen en bewerkte “Jungle Book” en “The Aristocats”- en ze kan rekenen op zonen Tom en Raphael, die naast een uitgelezen clubje muzikale sterren, de composities hun vaste vorm geven. Alhoewel…”vaste” vorm” is misschien niet de best mogelijke term, gelet op de mate waarin de grenzen van genres opengebroken worden en de mate waarin er geïmproviseerd wordt. Hoe dan ook is dit een bijzonder knappe en uitermate beluisterbare plaat van iemand, die haar vak en haar instrument tot in de kleinste details beheerst. Nu eens primeert wat je “klassiek” kunt noemen de dingen, dan weer zijn er duidelijke jazz-invloeden of speelt de groove een belangrijke rol. Het levert een plaat, op, die van A tot Z weet te boeien, al gaat het niet om strofe/refreintje/strofe/refreintje-muziek: nee, hier moet je echt wel gaan voor zitten en vooral niet bezig zijn met al te veel afleidende activiteiten. Dan pas kun je helemaal genieten van tracks als “Tango”, uiteraard geïnspireerd door Piazzola, “A pizzicato life”, “Cézanne” of mijn absolute favoriet “Fog on the Lake”, waarin Tom Olivier-Beuf naar mijn gevoel boven zichzelf uitstijgt met een bijzonder boeiend arrangement dat het resultaat blijkt te zijn van een heuse groepsinspanning. (Dani Heyvaert)
|